Placeholder image

1940 - 1960

(Laatst aangepast op 30/05/2016)

In aanloop naar het dreigende conflict met het Duitse Rijk besluit de Belgische overheid over te gaan tot een algemene mobilisatie.
Naar aanleiding daarvan organiseert de Kortrijkse “Yacht en Kanoclub” een Thé Dansant in de Rookzaal van de stadsschouwburg. Op zondag 28 januari 1940 treedt ten voordele van de opgeroepenen “The Select Jazz Club” op.
In Dancing Palace treedt in maart van hetzelfde jaar , ten voordele van ‘Pak van de soldaat’, het jazzorkest(?) “The Lucky Boys” op die afkomstig zijn van Gent (Publicity 8 maart 1940). Dit is dan weer een organisatie van “De Vrije Meesters en Haarkapprs(sters)” uit Kortrijk in samenwerking met andere afdelingen uit de regio.

Tijdens de oorlogsjaren komen de grote Belgische jazzorkesten naar Kortrijk afgezakt. M.R.Faecq uit Brussel, één van de grote pioniers van de introductie en verspreiding van de jazz in België, organiseert een jazz- en variétéprogramma waarmee hij in België rondtoert. Zo ook in Kortrijk. Op 23 juli 1941, in de stadsschouwburg, is het de beurt aan Jean Omer (saxofoon…) en zijn swingorkest, de virtuoos op het klavier John Ouwerx, het Hot Trio van Jean Robert (saxofoon, arrangeur…) en enkele variétéartiesten. Op 15 oktober komen Gus Deloof (trompet, componist, arrangeur…) en zijn orkest met de zanger Tohama langs in de stadsschouwburg. Voor beide spektakels waren er kaarten te verkrijgen vanaf 7 Belgische frank.

 

Jean Omer komt op 17 november 1941 met zijn 16 vedetten van den jazz (artiestenzender Brussel) samen met het Hot Trio van jean Robert, Rudy Bruder (piano… ) en zijn 7 Boogie Woogies , ook hier weer aangevuld met enkele variétéartiesten, zijn cabaret-revue “Le Boeuf sur le Toit” voorstellen. Jean Omer is in Brussel de eigenaar van de befaamde jazzclub “Le Boeuf sur le Toit”, opgericht naar het voorbeeld van de Parijse cabaret- en jazzclub (1921) met de zelfde naam.

Stan Brenders met zijn orkest wordt aangekondigd voor 4 december 1941 in de stadschouwburg. Dit zal echter niet doorgaan omdat hij wordt opgeëist om te spelen voor de (Duitse) radiozender van Brussel.
De “Atletiek-afdeling van Kortrijk Sport” zet Marc Pollet op de affiche in Dancing Palace op 20 maart 1942 . Op 4,5 en 6 april staat Gus Deloof op de affiche.
Willy Rockin en zijn amusementsorkest (Gent) komen naar de stadsschouwburg op 21 april 1942. Dit orkest speelt voornamelijk een gemengd programma van commerciële jazz, klassiek en populaire dansmuziek.
Later, op 9 oktober 1942, komt Jean Omer opnieuw langs met zijn cabaret-revue “Le Boeuf sur le Toit”. Met zijn vernieuwd orkest met o.a. Peter Packay ( trompet, componist, arrangeur…), Jean Robert, Louis De Haes (trompet) en Brinkhuyzen treedt hij op in de stadsschouwburg.
Het jazz-orkest van Fud Candrix (saxofoon…), dat wordt aangekondigd als het beste van het land, komt op donderdag 25 maart 1943 afgezakt naar de stadsschouwburg.
Voor het orkest van Marc Pollet blijven de zaken goed gaan. Op 20 maart en 27 maart 1943 verzorgt hij opnieuw optredens in de Palace. Dit respectievelijk op de private feesten voor de leden van opnieuw de “Atletiek-afdeling van Kortrijk Sport” en de “Boxing Club Masselus”.

De gevolgen van de oorlog hebben ook een impact op het openbare leven in Kortrijk. Het “Verordenungsblatt des Militärbefehlhaber nr. 100” (Leieland 15 mei 1943) beveelt dat alle inrichtingen tussen 23 uur en 5 uur moeten gesloten worden. De burgerbevolking mag zich buiten de woning niet meer oponthouden tussen 23u30 en 5 uur.
In juni 1944 wordt de Kortrijkse bevolking er opnieuw aan herinnerd dat de bepalingen van het “Verordenungsblatt des Militärbefehlhaber nr. 100” strikt moeten nageleefd worden.
Een maand later worden nieuwe politiemaatregelen afgekondigd. Voortaan is het maken van muziek in openbare gelegenheden voor onbepaalde tijd verboden.

September 1944, Britse troepen rijden de stad Kortrijk binnen. Na vier jaar Duitse bezetting is de oorlog eindelijk voorbij.
In de maanden die er op volgen komt het uitgangsleven in Kortrijk weer tot bloei. Overal openen of heropenen herbergen en andere gelegenheden opnieuw de deuren en worden opnieuw dansavonden georganiseerd. Op de Veemarkt, in die tijd bijgenaamd het klein Monmartre, zijn het vooral “Au Bon Soldat” en “Dancing Carlton” die veel reclame maken voor dansavonden. In “Dancing Carlton” , Veemarkt 18, gaat op 14 januari 1945 een dansavond door met een swingformatie waaraan 4 tommies van de R.A.F. deelnemen. Dezelfde formatie (met de 4 tommies) mag dit nog eens overdoen in “Au Bon Soldat” gedurende 4 dansavonden in januari en februari.

Het Kortrijks Handelsblad van 31 januari 1945 uit kritiek op de nieuwe dansfurie die in Kortrijk is ontstaan:
“Terpsichorus, de muze van de muziek heeft toegeslagen.
Na het verbod van de bezetter tijdens WO II om dansfeesten te organiseren ontstaat na de bevrijding van de stad een ware dansgekte. Tot in de kleinste cafés wordt er gefeest en gedanst”.
De krant hekelt deze dansgekte waar de geestelijke drank rijkelijk vloeit en heeft het er moeilijk mee dat op zulke gelegenheden ook jongens en meisjes worden aangetroffen die jonger zijn dan 16 jaar . De krant vraagt zich ook af wanneer de bevoegde diensten hier tegen gaan optreden en stelt zich vragen bij de “heropbouwers” van de maatschappij, en dit terwijl de vijand nog aan de grenzen staat.
Een reactie blijft niet lang uit. Een paar dagen na het artikel in de krant vordert de
Engelse Militaire Overheid een volstrekt verbod uit op het schenken van geestelijke dranken aan de militairen. Vanaf 4 februari zal de Military Police strenge controles uitvoeren, bijgestaan door de dienst accijnzen en de lokale politie.

Anderen maken dan weer handig gebruik van de nieuwe rage om hun diensten aan te prijzen. Schoenhandel “BATA” op de Grote Markt nr.16 adverteert voor de verkoop van de laatste mode “Swing-schoenen” en “alle oude modellen schoenen worden door onze eerste rang werklieden veranderd in Swing-schoenen”

 

Swing

Kortrijks Handelsblad 14 mei 1946 (Oorspronkelijke tekst)

Haast ieder eeuw wordt de menscheid door een of andere ramp gegeeseld. vroeger waren het de pest of de cholera, die gretig om zich heen beten, ofwel was het de hongersnood die vele slachtoffers maakte.
Gelukkig voor ons hebben de wetenschap en de socialen vooruitgang zulke reuzensprongen gemaakt, dat we ons van dergelijke verschijnselen voor immer bespeend mogen achten.
Maar nu komt een andere epidemie over den aardbol gegolfd, en daartegenover staat het de geleerdste en knapste genie machteloos, zijn hersens te kwellen.
Lichamelijk is ze niet, maar de geestelijke ruïne die ze aanricht is des te gevaarlijker, omdat ze vooral bij de jeugd zoo aanstekend inslaat.
Hier wordt bedoeld de “swing-plaag”.
Ziet ge dien heer die zijn haren niet meer knipt en zijn snorretje “à la Clark Gable” laat wassen? De rand van zijn hoed naar beneden gekeerd, de pijpen van zijn broek boven de henkels toegeknoopt, schoenen met houten zolen en witte sokjes draagt, een das van schreeuwende kleur en een geruite vest, die hem haast op de knieën hangt; een wolk van parfum om zich heen draagt en plechtig met de handschoenen zwaait? Dat zijn porte-monnaie, ondanks al die statigheid , leeg is, dàt zult ge aan zijn fijne maniertjes niet merken.
Even hol als zijn geldbeugel zijn zijne hersenen.
Vraag eens aan dien kerel wie het jongste Ministerie heeft samengesteld, of hoe de wet op de Sociale Verzekeringen zich heeft ontwikkeld. Dan trekt hij minachtend de schouders op. “Hij doet niet aan politiek”.
Die man heeft de “swing-plaag” te pakken.
Is het U nooit gebeurd dat gelangen tijd in twijfel stond over het geslacht van den persoon, die ge voor U ziet stappen? Dat draagt me warempel de broeksleept een Chamberlain en rookt Engelsche sigaretten…Maar zijn taille is zoo smal en zijn stap zoo pantserachtig, dat ge hem bezwaarlijk voor een man zoudt kunnen aannemen. En waarlijk, als dit indivdu op uw hoogte is gekomen, kunt ge aan de geschilderden snuit en de welving der borst zien, dat ge met een dame te maken hebt.
Ten overstaan van deze popjes heb ik me voorgenomen, alle regels der wellevendheid, aan den kapstok te hangen. Zoo bijvoorbeeld sta ik voor hen mijn zitplaats op tram, trein of kinema niet meer af. Wie zich als een heer kleedt, en heerenmaniertjes heeft, zal in het vervolg ook als heeren behandeld worden.
Onze swingers, waaronder men ook zekere boksers en managers mag rekenen, en onze swingsters , zijn buitengewoon exentrieke en geniale lui. Zoo zijn ze er ten volle in geslaagd de zwarte markt, op gebied der beenenbekleeding te bekampen en toch de mode te blijven volgen. Ze laten eenvoudig weg hun beenen schilderen en op die manier schiet er bijna niets meer over van hun lichaam dat niet vervalschst is. Gekleurd of ontkleurd haar, uitgetrokken en aangezwarte wenkbrauwen, gekleurde oogschelen en wimpers, gekreemde en gepoederde kaken, geroode lippen, gelakte en verniste nagels en om de lijst compleet te maken komen ze nu nog af met geschilderde beenen.
In de naaste toekomst zie ik de mannelijke beoefenaars van de swingsport hun body vol streepen trekken en op hun naakte borst hemden en dassen schilderen. Als de kleur hen begint te vervelen, moeten ze zich eenvoudig maar wasschen. Zoo wordt terzelfdertijd voor de variatie en voor ’t profijt gezorgd.

De naoorlogse periode is voor accordeonisten (o.a. Julien Vandooren, Roger Verschelde, Gaston Liagre en hun swing- en dansorkesten ) weer een drukke tijd. Maar ook de orkesten van Jozef Laebens en Marc Pollet (deze laatste met optredens in o.a. Kortrijk en aan de Belgische kust) komen aan hun trekken. Het orkest van J. Laebens is te gast op het herfstfeest van de Kortrijkse Boy-Scouts en Girl-Guides van België in september 1947.
De populariteit van Marc Pollet in de regio kent geen grenzen. Zo treedt hij van januari tot juli 1947 op in Dancing Cosmopolite (Rue de la Gare) in Moeskroen. Op de affiche wordt hij vermeld aan de piano terwijl hij daarna gedurende de maand augustus 1947 vermeld wordt met zijn orkest op de affiche. Op 1 februari van hetzelfde jaar organiseerde het weekblad Atlas haar “Publiciteitsbal” in De Gulden Arend in de Doornikstraat met het orkest van Marc Pollet als publiekstrekker.
In de pers worden, zonder specifieke informatie, ook optredens aangekondigd in de Palace (maart van 1945) van het Liberty-orkest, het jazzensemble “Continental” (met Eddie Plato, Ernest Kover, Medy Erbeck, Clo Trente, José Callewaert), Jazz-orkest “De Spada’s” (1947), Jazz-orkest de Ritz-Club in de The Ritz Dancing (St.Janslaan, 1947), …
Willy Rockin’s amusementsorkest, omschreven als het groot mondiaal jazzorkest, uit Gent dat voor de oorlog al optrad in Kortrijk komt in maart 1948 terug naar Kortrijk. Dit maal met “Lou Marcel de excentrieke trombonist” (Lou Marcel wordt vermeldt bij opnames in 1942-1943 met het Nederlandse populaire dans- en jazzorkest The Ramblers – CD Farewell Bleus, Dureco 1997)
Stan Brenders met zijn orkest doet nog tweemaal Kortrijk aan in 1947 en 1950. In 1947 op initiatief van het Feestcomiteit Centrum (Lange en Korte Steenstraat, Steenpoort, Voorstraat, Kring) voor hun Bal der Golden River. In 1950 is dat naar aanleiding van een groot bal georganiseerd door de voetbal pronostiek “Prior”. Beide optredens gaan door in de stadsschouwburg.
In 1949 wordt melding gemaakt van een Kortrijkse afdeling van de Hot Club van België (Kortrijk Handelsblad 14 januari 1949). Marc Pollet blijkt hier ook een voorname rol in gespeeld te hebben. Op 22 januari gaat in de Palace een optreden door waarbij de jazz- en dansliefhebbers kunnen oordelen over de “strijd” tussen de nieuwe jazz (Bebop) gespeeld door Marc Pollet en de traditionele jazz (New- Orleans). De traditionele jazz wordt gespeeld door Bob Shaw and his Washboard Band uit Brussel.
Marc Pollet had zich al vroeger de nieuwe jazzstijl eigen gemaakt. In 1948 behaalde hij de 1ste prijs van het internationaal jazztornooi te Brussel met een nieuw repertorium.
Op de affiche voor oudejaarsavond 1948 in de stadsschouwburg (organisatie Feestcomiteit van het Centrum) en in Café Dancing Moulin Rouge op de Veemarkt (september 1949) wordt naar die 1ste prijs verwezen en heeft men het over een “Gans nieuw repertorium van Be-Bob en dansmuziek”.

Kortrijk Handelsblad 14 januari 1949 (oorspronkelijke tekst)

Hot Club van België afdeling Kortrijk

In de stad New-Orleans zag in het begin van deze eeuw het Jazz-orkest zijn levenslicht. De eerste vorm van het neger-orkest was de fanfare, daar de protestantse zendelingen hen hadden wijsgemaakt dat snaarinstrumenten duivelstuigen waren. En onmiddellijk afgeleid uit de fanfare, waarmee deze ongelukkigen hun spirituals en work-songs begeleidden, bevatte het dus oorspronkelijk slechts blaasinstrumenten ( waarbij bovendien de saxofoon uitgesloten was wegens haar zachte klank). Toen het jazz-orkest ingang vond in de vermakelijkheden, versterkte men het rythmische gedeelte dan toch met snaarinstrumenten, waaronder piano en banjo. Stilaan begon de Jazz-muziek op zichzelf vorm te krijgen en ontstond een typische speelwijze, eigen aan de orkesten van de stad New-Orleans.

Verdreven uit deze stad, vestigden de negers zich vooral in Chicago, met als gevolg dat de eerste blanke orkesten ontstonden. Later ontwikkelde zich de Jazz-muziek niet meer in bepaalde steden, doch men sprak veeleer van persoonlijke speelwijzen, zoals deze van Duke Ellington. De nieuwste vorm van Jazz is de bebop, ontstaan in 1942. Een der grootste gebreken van laatstgenoemde stijl is dat in de improvisatie bijna alle gevoel ontbreekt, door de te grote aandacht die men besteedt aan de techniek.

Sinds een paar jaar is een soort strijd ontstaan tussen de aanhangers van de oude Jazz-muziek en deze van de nieuwe. Eerstgenoemden beweren dat alleen de New-Orleans stijl de echte Jazz-muziek is, terwijl anderen zeggen dat genoemde stijl uit de mode geraakt is, en men voor de vooruitgang moet zijn. Eigenaardig is het, dat gelijktijdig met het ontstaan van de bebop, in alle landen ook de New-Orleans-orkesten weer geweldig opkomen. Wordt het in de toekomst nog een grotere strijd tussen beide uitersten?

De Jazz- en dansliefhebbers zijn in de gelegenheid op Zaterdag 22 Januari te 19.30 uur in de Zaal Palace te Kortrijk, zelf hun oordeel te vellen over deze kwestie. Het orkest van onze afdeling onder leiding van Marc Pollet speelt bebop, Bob Shaw and his Washboard Band uit Brussel speelt in de New-Orleans stijl. Een enige kans dus voor de velen die nog onbeslist zijn over deze zo licht ontvlambare kwestie, zich voor deze of gene vorm uit te spreken, of in het geheel geen keuze te doen.

W. Velghe

 

 

Bronnen:

- Dancing Palace via Beeldbank kortrijk
- Het Kortrijksche Volk, Katholiek Weekblad voor het arrondissement Kortrijk , 1919 – 1932, via Beeldbank Kortrijk
- De Leiewacht via Beeldbank Kortrijk
- Volksrecht, Weekblad der Socialistische Federatie van het arrondissement Kortrijk, 1919 – 1934, via website AMSAB
- Publicity, Reklaam- en Nieuwsweekblad voor Kortrijk en omliggende, verschijnende de Vrijdag, 1932 – 1941, stadsbibliotheek Kortrijk
- Leieland, Wekelijks Nieuwschblad voor het arrondissement Kortrijk, 1942 - …., stadsbibliotheek Kortrijk
- Het Kortrijk Handelsblad 1944 – 1950, stadsbibliotheek Kortrijk
- Atlas, Regionaal Weekblad Kortrijk 1947-1960, stadsbibliotheek Kortrijk
- De introductie, verspreiding en vestiging van jazz in België , Een socio-historische studie over jazz in het Interbellum - Marieke Anaf - Master Geschiedenis - Scriptie tot het behalen van de graad Master in de Geschiedenis – Universiteit Gent, academiejaar 2009-2010
- THE FINEST IN BELGIAN JAZZ , Jempi Samyn - Sim Simons , D/2002/9668/1
ISBN: 90-807-378-1-X . Het boek ‘The Finest in Belgian Jazz’ is een uitgave van:
© De Werf, Werfstraat 108, 8000 Brugge
- De Poperinghenaar, Nieuwsblad voor Poperinghe en Omstreken, fragmentarisch via het web
- Het Ypersche Nieuws, Weekblad voor het arrondissement Yper – Orgaan der Vereeniging der geteisterden der Ypersche clubs enz. , fragmentarisch via het web